Jongerendebat over Cultuureducatie

jongerendebat vmbo cultuureducatie kunsteducatie
Verreweg de meeste jongeren gaan naar het VMBO. En juist in het VMBO-1 en VMBO-2 is cultuureducatie minder geborgd. Het feit dat cultuureducatie geen vast onderdeel van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo) is, was de aanleiding voor het jongerendebat op 7  april in de Oude Zaal van de Melkweg. Hier praatten jongeren van het Huygens College en het Calvijn College tijdens een lunchbijeenkomst over inclusie, identiteit en cultuureducatie op school en in de stad.

Zestig deelnemers gingen met elkaar in gesprek over cultuureducatie.  Voorafgaand aan de middag had Mocca voorbereidende gesprekken op de scholen gevoerd.  De deelnemers bestonden uit een mix van dertig eerste- en tweedejaars vmbo-leerlingen van het Calvijn College Amsterdam en het Huygens College. De veertig volwassen waren begeleiders van de scholen, beleidsmakers en werknemers van culturele instellingen maar ook vertegenwoordigers van de Amsterdamse Kunstraad, het Fonds voor Cultuurparticipatie, het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst en de Stadsschouwburg Amsterdam.

Verdeeld over tien ronde tafels gingen de deelnemers in kleine groepjes met elkaar het gesprek aan in twee gespreksrondes van elk twintig minuten. Er was bij de leerlingen behoefte om te praten, niet alleen over de lessen, maar ook over andere dingen.

De gesprekken waren aan de hand van de volgende vragen:  

  • Houd je van rap? Naar welke artiest(en) luister jij het meest?
  • Jullie waren met de klas naar de voorstelling Jihad? Wat vond je er het leukste of mooiste aan?
  • Je bent met school naar het museum geweest. Welk museum vond je het leukst? Waarom? Wat vond je het stomste museum? Waarom? Hoe kunnen ze het beter doen?
  • Wat is het leukst om te doen aan kunst op school? Wat vind je zelf heel leuk om te doen aan kunst in je vrije tijd?

Het complete programma van de middag zag er als volgt uit:
12.00 uur start van het programma met een optreden van dagvoorzitter en rapper Gikkels
12.10 uur inleiding door Gikkels en Peggy Brandon, directeur van Mocca
12.11 uur gastspreker Bilal Sadat
12.15 uur tafelgesprek, ronde 1
12.35 uur pauze
12.45 uur tafelgesprek, ronde 2
13.05 uur terugkoppeling van de gesprekleiders
13.20 uur leerlingen vertrekken en de rest van de deelnemers blijft napraten
14.00 uur einde
Muziek

Dagvoorzitter Gideon Everduim is naast docent aan het Bindelmeer College in Amsterdam ook bekend als rapper Gikkels. Samen met oud-leerling Dani geeft hij een kort optreden over de oorlog in Syrië. Het optreden vinden de leerlingen goed, maar eigenlijk alleen vanwege de inhoud: “Gikkels vertelt een verhaal dat je niet altijd hoort, mensen praten te weinig over wat er is Syrië gebeurt. De meeste rappers praten namelijk alleen over geld en meisjes”. De boodschap van Gikkels spreekt de leerlingen ook aan. “Het is mooi dat hij ook aan een andere cultuur denkt en niet alleen aan zijn eigen cultuur”, zegt een leerling“. “Hij is geen moslim”, merkt een andere leerling op.

De leerlingen luisteren zelf graag naar rappers Boef, Ismo en Sevn Alias, popartiesten Beyoncé en Justin Bieber, en naar elektronische muziek waaronder electro en techno. Het wordt gewaardeerd als artiesten zingen over het echte leven en het ook laten zien wanneer het niet goed in hun leven gaat.

Bilal vertelt zijn persoonlijke verhaal en hoe hij als kind hier als vluchteling kwam en nu filosofie studeert. “Natuurlijk spreek je geen Nederlands als je vijf jaar lang in een AZC zit, met twee families op een kamer woont en niet naar school mag. Maar je kunt worden wat je wilt. Literatuur heeft mijn leven gered. Ik ben alle Nederlandse schrijvers gaan lezen en werd zo goed in die Nederlandse taal dat ik kon gaan studeren. Het was niet makkelijk, ik kreeg een laag schooladvies maar ik heb doorgezet. Als ik het kan, dan kunnen jullie dat ook.”

Jihad de voorstelling
De theatervoorstelling Jihad gaat over drie vrienden die vertrekken naar het Midden-Oosten om zich aan te sluiten bij de jihadisten. Het is een serieus onderwerp, maar het wordt met humor gebracht. De leerlingen vonden de voorstelling Jihad heel goed, grappig, interessant, leuk, maar ook een beetje eng. De spelers van de voorstelling gedroegen zich alsof ze hun leeftijd hadden en spraken hun taal. Theater kan dus leuk zijn, maar zelf spelen niet.

De leerlingen konden zich goed inleven in de personages die verschillende manieren van denken uitbeeldden. Zij begrepen de tweestrijd van de jongens: de dubbelle gevoelens over hun thuisbasis. Zij vergeleken zichzelf ook met de personages, want wie zouden zij zelf in zo’n situatie zijn? Jihad helpt om te begrijpen en om begrepen te worden, mede daarom zouden alle leerlingen de voorstelling aan andere leerlingen aanraden.

Een leerling gaf aan dat ze in de voorstelling herkende hoe andere mensen naar haar keken of naar de jongens uit haar cultuur. Na doorvragen kwam naar voren dat ze soms denkt dat jongens uit haar omgeving ook wel eens worden verdacht van de intentie om mee te vechten in een Jihadstrijd. Een andere leerling begreep wel dat sommige jongeren er door worden aangetrokken ”omdat je dan vecht voor je vaderland”.

Conclusie: “je moet zelf goed nadenken, weten waar je voor staat en je eigen beslissingen nemen”.  

Musea
Een museum is saai, aldus de leerlingen. Een bezoek aan een museum bestaat veelal alleen maar uit kijken, rondlopen en vooral luisteren. Je mag niets aanraken en “de meneer zei steeds ssssttt”. Met name de kunstmusea spreken hen minder aan. Het Rijksmuseum is een ouderwets museum, waar oude mensen een hoop oude dingen bekijken. De Nachtwacht zegt ze niet veel en bovendien zijn alle mensen in schilderijen wit.

NEMO is wel leuk omdat je daar proefjes kunt doen en je echt aan het werk gaat. Dat is belangrijk bij een museum. Twee meisjes vinden het ook belangrijk om zich in te kunnen leven en de gedachten van een ander te horen en (proberen) te begrijpen. Het Anne Frank Huis is daarom interessant, omdat zij meer te weten kwamen over hoe Anne Frank zich had gevoeld en wat ze had gedacht.

De tentoonstelling ZieZo Marokko van het Tropenmuseum is de absolute favoriet. Je mag daar eten en drinken, bewegen en geluid maken, veel zelf doen in kleine groepjes en de museummedewerkers kijken blij. “En je leert ook nog een andere cultuur kennen waar je wel al wat van weet maar nog niet alles”, voegt een leerling toe.

Als een gespreksleider vraagt: “Stel dat de burgermeester zou vragen wat jullie willen?” , luidt het antwoord: “Een museum voor kinderen met verschillende vestigingen in alle stadsdelen, zodat alle kinderen, waarze ook wonen, er naartoe kunnen gaan. In het museum moeten gedeelten komen voor kleine kinderen met veel speelruimte en een gedeelte voor grotere kinderen, waar ze aan dingen kunnen zitten en ook wel iets kunnen bekijken. Er moet een aparte ruimte voor jongeren zijn waar je lawaai mag maken en een ruimte voor ouderen waar het rustig is.”

“De rondleiders hebben er vaak geen zin is, en ze kijken alsof ze het museum zelf ook saai vinden”.

Cultuur op school
Een aantal leerlingen is tevreden over het kunst- en cultuuraanbod op school, maar het merendeel vindt de lessen niet heel leuk of interessant. In het algemeen vinden de leerlingen dat de docenten niet veel enthousiasme uitstralen. Eén leerling wil van school veranderen omdat er zo weinig aan cultuur wordt gedaan.

Daarbij kennen de lessen weinig tot geen uitdaging of vernieuwing. De tekenlessen bestaan veelal uit saaie portret- en natekenlessen of het tekenen van een stilleven. Drama is ook geen favoriet en de danslessen zijn nogal sloom. Alleen maar pasjes leren zien de leerlingen niet echt zitten. Zij staan wel open voor dansles, maar de huidige lessen sluiten gewoon niet aan bij wat de leerlingen leuk vinden.

“We worden onderschat, we kunnen meer en we willen meer uitgedaagd worden”. Aan iedere tafel is dat de consensus van de scholieren. 

De eigen inbreng op school wordt erg ingeperkt en dat vinden de leerlingen jammer. Het zou hun eigen keuze moeten zijn, want zegt een leerling: “hoe meer je kunt kiezen, hoe dichter het bij jezelf komt”. Sommige tekenlessen zijn namelijk wel leuk omdat je zelf mag bepalen wat je gaat maken en hoe je dat doet. “Niemand die op je let, je bent dan lekker zelf bezig”, zegt een leerling. Dit gold ook voor het maken van een stop-motionfilmpje. Helaas is muziek vaak het enige vak waarbij de leerlingen voor een groot deel zelf de inhoud mogen bepalen.

Het gevoel van vrijheid moet dus worden vergroot. Daarbij zou je ook geen cijfer voor het gemaakte werk moeten krijgen, want “een cijfer ontkracht kunst”.

Het ‘themawerken’ op het Calvijn College is wel populair bij de leerlingen. Tijdens dit onderdeel gaan ze aan de hand van een onderwerp iets ontwerpen, bijvoorbeeld een voertuig. De jongens houden van toegepaste kunst en maken graag concrete en ruimtelijke dingen waar je ook iets mee kunt. Ze maken bijvoorbeeld graag een stoel of ze versieren bijvoorbeeeld ook graag een schoen of een skateboard. Zij werken graag met hun handen in plaats van met een iPad. Ook zouden zij graag willen kijken wat je met kunst en cultuur bij de andere schoolvakken kunt, bijvoorbeeld bij gym of marketing.

Een aantal andere jongeren maakt wel graag kunst en film met iPads.

Wat de leerlingen ook leuk zouden vinden, is om bij de kunst- en cultuurvakken meer van het echte leven te zien. Het schoolgebouw uit om bij een instelling achter de schermen te mogen kijken en meer les te krijgen van professionele kunstenaars of andere beroepsbeoefenaars. Ook drama zou moeten gaan over het echte leven.

“De sfeer in de klas en op school is heel belangrijk. Je moet weten dat je veilig bent, dat wat je vertelt of doet niet aan de hele school wordt doorverteld. Wij (1F Huygens) hebben een betrouwbare klas, we kunnen tegen elkaar praten zonder dat we schande krijgen. We hebben zoveel talenten in de klas en helpen elkaar om die te ontwikkelen. Geen mens is geboren zonder talenten en in een veilige klas komen die tot hun recht.”

Cultuur in de vrije tijd
Bijna verontschuldigend vertellen de leerlingen dat ze nooit (met hun familie) naar een museum gaan en dat ze niet veel aan kunst en cultuur doen. Het viel op dat de leerlingen kunst en cultuur direct relateerden aan musea, andere vormen kwamen nauwelijks naar boven. Zij weten niet goed wat kunst en cultuur allemaal nog meer zou kunnen zijn.

Op de vraag of zij ook wel eens thuis tekenen, was het antwoord voornamelijk: “nee, dat is saai thuis”. Slechts een paar leerlingen tekenen soms na school of gaan thuis verder met hun tekenopdracht. De rest heeft geen tijd voor kunst en cultuur, omdat zij wel wat anders te doen hebben. Zij gaan liever naar buiten om te voetballen, spreken af met vrienden, zijn bezig met hun telefoon, gamen, kijken tv of sporten. Een leerling vindt het kennismaken met verschillende culturen wel belangrijk, maar dit kan ook gewoon tijdens het sporten.

Daarentegen heeft een aantal jongeren opvallend veel affiniteit met kunst. Deze jongeren zien ze er een manier in om “uiting aan hun persoonlijkheid te geven”.

Samengevat is kunst en cultuur volgens de leerlingen:  

  • alles (!) en belangrijk
  • andere culturen en geschiedenis
  • leuk, maar liever sport
  • het uiten van je gevoelens
  • laten zien wie je bent en wat je interessant vindt
  • niet alleen aan jezelf, maar ook aan je omgeving denken

Het ontbreekt de leerlingen niet aan interesse in kunst en cultuur, wel aan voorkennis. En daarbij worden zij tijdens de lessen en bezoeken niet uitgedaagd.

De conclusie is simpel: “Maak het spannend en daag ons uit, want wij kunnen meer!”.

Uit de samenvatting per tafel zijn vijf duidelijke gesprekspunten naar voren gekomen. Die punten gelden zowel voor culturele instellingen als voor scholen. 

  1. Meer (inter)actieve en uitdagende lessen. Leerlingen zelf rondleidingen laten geven of een speurtocht bijvoorbeeld. Maar de leerling die dit opperde vond dit zelf: “wel een beetje flauw, dus graag betere ideeën”.
  2. Meer keuzevrijheid en vaker zelf aan de slag. Niet alleen maar kijken en luisteren, maar ook doen.
  3. Meer blije, hippe, jonge medewerkers die niet te serieus zijn of kijken, die in ons hoofd kunnen kijken, ons begrijpen en onze (straat)taal spreken en die met passie over het museum vertellen.
  4. Het moet meer over het echte leven gaan, want dat maakt indruk. Een tentoonstelling over jongeren van vroeger tot nu bijvoorbeeld: hoe zagen zij er uit en wat vonden zij leuk? En ze moeten zich meer kunnen herkennen, dus niet alleen ‘witte mannen” zoals in het Rijksmuseum.
  5. Maak tenminste één ruimte beschikbaar om te eten en te drinken, te bewegen, geluid te maken en dingen aan te raken.

Gastspreker en student Bilal voegt hier nog aan toe: “Wie zijn deze kinderen echt? Wat hebben ze thuis? Worden ze begrepen? Ze willen ‘gezien’ en ‘gehoord’ worden”.

Volg Mocca en de #MoccaMaand via Twitter: MoccaAmsterdam en Facebook: @MoccaAmsterdam
 Gemeente AmsterdamLogo CMK